Leeuw, waar ben je? – Leeuwenharten Deel II

Originele publicatiedatum: 15 oktober 2014
Rob Nanninga, 1990

Inhoud

Knuffelige leeuwen
Kapot, al voor ik het officieel wist
Rob zoeken nadat hij overleden was
De andere kant van het universum
Rob gevonden!
Voetnoten

Knuffelige leeuwen

Al sinds mijn babyzijn was ik gek op knuffelbeesten. Maar deze liefde had een tragische zijde. Ik kon letterlijk uren, dagen, weken huilen als ik er een kwijt was. Onafscheidelijk, net zoals je dat bent met je beste vrienden van vlees en bloed.

Als baby en kleuter had ik een knuffelhaas die ten minste een keer vervangen werd door een identiek exemplaar, nadat ik hem kwijtgeraakt was. Later, als (verjaardags-)cadeau, kreeg ik onder andere een jumbo, echt heel mooie, geheel witte plush kat en een oranje leeuw. Ik herinner me nog goed dat ik met deze witte kat in mijn armen op straat liep in Groningen, waar ik woonde van 1972-1976, en hem liet zien aan iemand die zijn prachtige, zachte vacht bewonderde. Ofschoon de kat echt heel prachtig was, aantrekkelijk en zeer vakkundig gemaakt, hechtte ik me niet zo intens aan hem als aan een paar andere knuffeldieren, hoewel ik natuurlijk wel van hem hield.

De oranje leeuw had een groot, rond hoofd met lange manen. Hij had volgens mij een witte buik die je met een rits kon openen. Ik heb op het internet nog wel gezocht of ik een vergelijkbare leeuw kon vinden (ter illustratie voor dit blog), maar daarin slaagde ik niet.  Maar de leeuw op het volgende plaatje doet enigszins aan hem denken:

Hier is de laatste foto van deze knuffelleeuw voordat ik toch maar besloot de leeuw uit dit aardse leven te ontzetten. Dit was toen ik als student op de Van Lieflandlaan 124 woonde. Hij was echt in een erbarmelijke conditie (tegenwoordig weet ik wel hoe je knuffelleeuwen in tiptop vorm kunt houden, maar back in the days prakizeerde ik zulke technieken nog niet). Mijn allerliefste Goudbuikje van toen zit op hem:

Leeuw met Goudbuikje

Ergens heb ik wel spijt dat ik hem weggedaan heb, maar er was echt nog maar weinig van hem over.

En nu, sinds mei 2014, ben ik mijn lieve skeptische knuffelleeuw verloren. Ik spreek over Rob Nanninga. We ontmoetten elkaar op het internet in 2005-2006. Sinds die tijd hebben we met elkaar gemaild. Ik mailde hem meer dan hij mij. Hij overleed op 30 mei 2014, mij in grote wanhoop en onder een enorm gemis achterlatend.

Ons contact leek op de getijden van de zee. Hij was er altijd en hij was werkelijk altijd in mijn gedachten. Het was en is als de liefste, maar ook pijnlijkste betovering. Rob heeft me betoverd en er is niets dat ik daaraan kan doen, of hij, wat dat betreft.

Soms als ik als kind mijn knuffelleeuw uit het oog verloor, en hem niet kon vinden, riep ik naar hem (vergeet niet, we hebben het hier over een kind): “Leeuw, waar ben je?” Leeuw verstopte zich gewoonlijk onder mijn bed, of in de hoek van mijn bed, aan het oog onttrokken door lakens of dekens. Hij was nooit echt kwijt. Ik vond hem altijd terug. Hoe radeloos voelde ik mij, als ik hem niet meteen vond! Het was hetzelfde als wat ik voelde als ik mijn knuffelhaas kwijt was. Soms schreef ik zelfs kleine briefjes met daarop: “Leeuw, waar ben je?” en ik liet die op mijn bed liggen, in de hoop dat Leeuw het zou zien en terug zou komen. Hij deed dat ook altijd.

En nu zoek ik naar Rob.

Kapot, al voor ik het officieel wist

Ik voelde me al totaal leeg en losgeslagen vóór ik Jan Willem Nienhuys‘ email kreeg dat Rob dood achter zijn computer was gevonden op de vrijdagmorgen van 30 mei 2014, op 58jarige leeftijd.1

De donderdagavond ervoor was ik in een zeer vreemde en uitermate negatieve stemming. Ik wilde een race-spelletje doen (“Test Drive Unlimited“) en ik probeerde het stuurwiel aan te passen, maar ik slaagde daar niet in. Zomaar, en uit het niets, werd ik echt heel erg kwaad en ik geraakte in een uitermate destructieve stemming. Ik vroeg mijn inmiddels ex-echtgenoot J om me te helpen, maar zei een paar seconden later al nijdig: “Laat maar, ik heb toch al geen zin meer om te spelen!”. Er was geen verklaring voor mijn duistere stemming, ik raakte simpelweg zeer geïrriteerd door alles wat ik ondernam.

Op de betreffende vrijdagmorgen, 30 mei 2014, hadden J en ik een afspraak bij de tandarts in Sacramento, ongeveer vijfenveertig minuten rijden (bij redelijk traag verkeer). Op de terugweg kreeg ik woorden met J over zijn rijgedrag. Ik vroeg hem of hij van baan kon wisselen, maar hij reageerde meteen lelijk en zei dat hij degene was die aan het stuur zat. Hetzelfde gevoel van: “Het kan me allemaal niet meer schelen” van de avond ervoor kwam over me. Opnieuw voelde ik me extreem van stuur, en zonder te weten waarom. Dit werd zelfs zo erg dat ik, zeer van slag door Js botte reactie, aan de parkeerpook van de auto trok en hem in de parkeerstand zette, midden op de (drukke) snelweg. Het was alsof alles in me stopte, en ik daarom ook de auto moest stoppen. J kon de auto veilig richting de vluchtstrook laveren en was begrijpelijk uitermate link richting mij over mijn actie.

Ondanks deze zeer onverkwikkelijke gang van zaken, belandden we veilig thuis, ofschoon we een enorme escalatie hadden over dit stoppen midden op de snelweg. Ik liep automatisch richting mijn PC alsof ik erheen getrokken werd, en las het bericht van Robs overlijden meteen. Mijn vriend Jan Willem Nienhuys had me plichtsgetrouw meteen op de hoogte gebracht. Het was alsof er een koude hand om mijn hart sloot. Een mokerslag zoals ik die nog nooit eerder in mijn leven gevoeld had, denderde op me neer. Ik vluchtte de badkamer in en sloot mezelf daar op, huilend.

Ik huil nog steeds regelmatig over Rob, meestal (of beter gezegd: altijd) doe ik dat, als ik weet dat er niemand kijkt. J verliet het huis vrijwel meteen, zelfs toen ik hem vertelde dat Rob overleden was, en dat ik dit blijkbaar voorvoeld had de avond ervoor, en die dag, en dat ik waarschijnlijk daarom zo van slag was geweest. Dit schoot namelijk meteen door me heen. Maar J wilde er niets van weten; het bericht dat Rob overleden was, liet hem koud. Het enige wat voor hem van belang was, was zijn kwaadheid over mijn gedrag. Inlevingsvermogen was nooit erg zijn ding.

Ik realiseerde me nu dus waarom ik zo van slag was sinds donderdagavond. Het was ongeveer de tijd dat Rob stierf, respectievelijk overleden gevonden werd. Er is natuurlijk een tijdsverschil tussen Nederland en Californië van negen uur. Ik herinner me in ieder geval dat ik in een vreselijk destructieve stemming kwam rond half acht, donderdagavond, Californische tijd. En de donkere stemming zette zich dus voort op de vrijdag erna.

Voor mij persoonlijk is dit bewijs dat Rob en ik verbonden zijn op een manier die niet verklaard kan worden, althans: niet op dit moment. Er valt voor mij niets te bewijzen qua wetenschappelijkheid. Was het maar zo. Maar ik denk echt dat ik gevoeld heb dat Rob de aardse dimensie verlaten had.

Omdat ik meer en meer wanhopig over Robs verlies werd, begon ik hem te zoeken tijdens mijn uittredingen.2

Rob zoeken nadat hij overleden was

Sinds Robs “verdwijnen” ben ik naar hem op zoek. Ik was uitermate van slag sinds 29 en 30 mei, en ik vertrok op 5 juni 2014 naar South Lake Tahoe, in mijn eentje. Ik reed er heen en verbleef een paar dagen in een hotel, waar ik uitcheckte op 7 juni 2014. Ik moest dit op een bepaalde manier een plaats geven, maar kwam er daar achter dat ik dit niet kon. Zelfs niet in de verte. Sinds die week voelde ik Rob, maar hij toonde zichzelf niet. Het contact bleef zijdelings,  aftastend.

Omdat hij de skepticus bij uitstek was, altijd zeggend dat er niet zoiets is als een leven na de dood, en zeker niet zulke dingen als rondzwervende geesten (ofschoon hij ooit een grap tegen mij maakte over een walk-in3), uittredingen als in: werkelijk uit het lichaam, was de skeptische toon ferm gezet. Ik ben wat betreft hem, zowel voor mezelf, maar ook voor hem heel streng, juist omdat Rob zo was. Hij was immers degene die zei dat het allemaal niet bestond. Als ik de aardse Rob nu zou moeten geloven, zou Rob er dus niet meer zijn. Mijn skeptische leeuw zou voorgoed verloren zijn!

De reden dat ik hiermee kom, is omdat ik nog steeds probeer dit alles een plaats te geven. Ik denk dat Rob mijn soulmate is, we zijn als twee bomen die aan de wortel vereend zijn. Ik stuurde Rob deze foto die ik maakte in het Yosemite national Park op 3 juni 2012:

Yosemite National Park tree

Ik stuurde hem als begeleidende tekst (deel van de email):

Email Constantia naar Rob, zondag 3 juni 2012, 11:51 PM

Soms stuurde ik hem dergelijke intense emails, en Rob bleef er stil onder, hij moedigde me niet aan, maar hij stopte me ook niet. J wist en weet dat Rob belangrijk voor me was en is, omdat ik hem dat verteld heb. J is ook belangrijk voor me, ik trouwde met hem voor de juiste reden: echte liefde.

Sinds Robs overlijden zijn mijn uittredingen in alle hevigheid en levendigheid teruggekomen, zoals ze in de hoogtijdagen waren. Dat moet rond 1995-2002 geweest zijn, de jaren waarin ik de meeste uittredingen had. Op een zekere manier was ik wat verzadigd geraakt, met inmiddels al meer dan duizend uittredingen (gemiddeld per jaar 35-50). Ja zeker, nog steeds ervoer ik uittredingen, maar niet meer zo intens en frequent als in die piekjaren. Nu is het opnieuw hoogtij. En veel van die uittredingen en verwante ervaringen betreffen Rob.4

Gedurende mijn uittredingen ben ik wanhopig op zoek gegaan naar Rob. Ik heb zijn naam uitgeroepen in de meest vreemde uithoeken, waar ik mezelf kon afvragen: “Waarom, in hemelsnaam, zou Rob hier zijn? Dit is je reinste willekeur.” Verscheidene malen heb ik om hem geroepen tijdens uittredingen. Ronddwalend, in de hoop een glimp van hem op te vangen in de (geest) menigte, maar hem niet vindend.

Er waren, heel goed mogelijk, een paar uittredingen waar ik het gevoel had gehad dat ik hem ontmoet had, terwijl hij een ander uiterlijk had aangenomen, om het gemakkelijker te maken voor hemzelf en voor mij. En ofschoon ik telepathisch met hem communiceerde, wilde hij zich maar niet tonen.

Hij lijkt nog steeds dezelfde verlegen en bescheiden persoon die hij altijd was. En nu wist hij ook nog eens zeker en voorgoed wat hij al die jaren voor mij betekend had, hoe diep mijn betrokkenheid bij hem was geweest, en nog steeds is. Hij besefte waarschijnlijk hoezeer nu een direct astraal contact (te?) geladen zou zijn met allerlei soorten van intense gevoelens.

Skeptische mensen die dit lezen, denken misschien dat ik gek ben en (dag)droom, en dat ik nooit anders gedaan heb. Maar ik denk niet dat zij in staat zijn hier een goed oordeel over te vellen. Ik moet hierover schrijven, omdat ik een diepe, blijvende pijn over Rob ervaar en mijn tranen een uitweg zoeken.

Ik heb nooit de kans gehad Rob op aarde te ontmoeten en ik betreur het nu, dat ik me niet wat meer doortastend heb opgesteld en er meer werk van gemaakt heb om een eerste fysieke – en hopelijk vervolg- – ontmoeting te organiseren. Ik wist hoe Rob eruit zag en ik had hem zelfs gezien tijdens uittredingen, toen hij nog op de aarde verbleef. Voor mij was dit genoeg, althans: voor dat moment. Maar ik dacht vrijwel altijd aan hem. Ik nodigde hem wel uit om naar Amerika te komen, na dit eerst kortgesloten te hebben met J, en ik stuurde zijn collega en wederzijdse vriend Jan Willem Nienhuys een kopie van de uitnodiging.

Ik had zo bedacht dat Rob, terwijl hij mij in Amerika zou bezoeken, wat skeptisch veldonderzoek kon doen voor de Skepter, bijvoorbeeld Big Foot Research op Mount Shasta, waar de befaamde grootvoeter in het verleden gesignaleerd was. Ik hoopte zo eveneens zijn vriend en co-redacteur collega Jan Willem van de zinvolheid hiervan te overtuigen. Maar Rob wilde het niet, alhoewel hij oprecht verrast leek dat J had ingestemd met het idee. Rob “klaagde” wel in een email naar mij dat ik zo “veeleisend” was.

De andere kant van het universum

Ik mailde Rob op dinsdag 29 januari 2013 dat ik hem met gesloten ogen kon zien, als het moest “vanuit de andere kant van het universum”. Ofschoon dit een zeer persoonlijke email is, zal ik hem copy-pasten in dit blog: (en na deze mail stuurde ik hem er nog een, om een spelfout te corrigeren, de oplettende lezer ziet vast meteen welke dit is)

Email Constantia naar Rob, 29 januari 2013.5

Ik heb geen idee wat Rob dacht toen hij mijn bijna lyrische expressie las, maar ik kon mezelf gewoon niet altijd inhouden. Dit met Rob was, en is, altijd sterker geweest dan ik.

Op een gegeven moment noemde ik mijzelf zelfs bij wijze van grapje de “Rob-Whisperer“. Ik plaagde hem hiermee, toen hij weer eens mijn emails niet allemaal beantwoordde. Ik had zelfs mijn Twitter profiel tekst tijdelijk veranderd met deze toevoeging: “Rob Whisperer” en by God!, toen had ik nog geen (bewust geworden) idee hoezeer dit van toepassing zou worden, vijftien maanden later, nadat ik hem per email hiermee geplaagd had. Ik heb soms de “akelige” neiging erg helderziend te zijn, zonder dat ik het op het moment zelf in de gaten heb.

Email Constantia aan Rob, 1 februari 2013

Rob gevonden!

En nu is hij daar echt, aan de andere kant van het universum.

In de vroege ochtend van 30 september 2014 was ik weer naar hem op zoek gedurende een uittreding. De avond ervoor had ik tegen Rob in mijn gedachten gezegd: “Rob, als het zo moeilijk voor je is om jezelf te tonen, verschijn dan op een manier die wel acceptabel voor je is, maar alsjeblieft, kom!”

Die vroege ochtend had ik twee uittredingen. Ik had mijn zoekmethode uitgebreid: ik riep zijn naam, maar ik deed meer dan dat. Ik sprak mensen (geesten) aan en gaf hun zijn volledige naam: “Ken je Rob Nanninga?”, “Heb je Rob Nanninga gezien?”, “Als je hem gezien hebt, kun je dan alsjeblieft zeggen dat ik naar hem op zoek ben?” En ik had nog een andere methode bedacht: ik schreef zijn naam op kleine stukjes papier en gaf dat aan mensen (geesten).

Zeker, ik realiseer me heel goed dat skeptici hun wenkbrauwen zullen fronsen, en misschien, om niet al te gemeen of grimmig uit de hoek te komen, zullen zeggen dat ik vast en zeker droom (en dus niet meer dan dat). Maar ik zie geen valide bewijs dat mensen niet uit hun lichaam kunnen treden, dat ze niet van een fysieke manier van kijken/ervaren weg kunnen bewegen. Nog steeds in harmonie met mijn eigen skeptisch zijn, denk ik dat het fenomeen uittredingen erg serieus genomen dient te worden. Misschien dat sommige mensen toch hierin willen meegaan.

Daar was ik dan, in een tweede uittreding, na het bekende suizen geluid gehoord te hebben, dat zich vaak (in ieder geval bij mij) voordoet rondom uittredingen.6 Ik schreef zijn naam op een stukje papier terwijl ik aan een balie stond. Ik was van plan dat briefje aan de (geest)man te geven die achter de balie stond. De uittreding omvatte veel meer dan dit, maar ik vat het belangrijkste gedeelte samen.

Opeens voelde ik zijn sterke armen me van achter omhelzen en Robs (astrale) lichaam tegen me aan drukken in een beerachtige omhelzing. Langer dan ik ben, stond hij met zijn hoofd gebogen achter me, me zo vasthoudend, heftig huilend. Een immense opluchting spoelde over me heen, en een immense blijdschap. Ik wist gewoon dat hij het was, dit is een soort “instant weten” dat je hebt tijdens uittredingen.

Ik had hem gevonden. Of beter gezegd: hij had mij gevonden! Wat het ook was, dat hem nu aangezet had, eindelijk was hij gekomen. Ik vermoed dat hij mijn vruchteloos roepen in de ruimte niet langer kon verdragen. Een enorme last viel van me af, omdat ik wist dat mijn desolate zoektocht nu voorbij was. Ik stond heel stil; omdat ik een zeer ervaren astrale reiziger ben, wist ik dat hectische bewegingen de uittreding kunnen verstoren en ik wilde deze uittreding, en dit moment al helemaal niet, absoluut niet verstoren. Maar met mijn arm reikte ik naar achteren, naar hem en ik legde mijn hand op zijn arm, om zo in elk geval te reageren, behalve dan natuurlijk dat ik eindeloos gelukkig was (wat hij zeker gevoeld heeft). Hij beantwoordde die grip.

Op dit moment was de uittreding voorbij en keerde ik terug naar mijn lichaam, en ik voelde nog zijn omarming nog steeds, zeker voor een minuut, in mijn fysieke lichaam. Mijn lieve leeuw, ik had hem gevonden, hij had mij gevonden! Weer overmanden mijn emoties me.

Ik was zo gelukkig, en ik ben dat nog steeds, door deze enorm gelukkige wending in de gebeurtenissen.

Maar ik heb nog steeds dit enorme probleem. Ik mis Rob nog steeds, het feit dat hij er altijd voor me was. Zelfs op die momenten dat hij me niet antwoordde, wist ik gewoon dat hij er was, mij lezend, wetend dat hij achter zijn computerscherm zat, of op zijn iPad keek, net als ik. Hij was en is een extreem zachtaardige en wijze persoon, net zo sterk als hij teder is.

Dit is niet voorbij, het zou wel eens heel goed slechts het begin kunnen zijn.7

Ik vraag me af wat het leven nog in petto voor me heeft, nu dat mijn soulmate vertrokken is. Hoe kan ik zonder hem verder, nu hij er fysiek niet meer is? Of ik het überhaupt kan? Ik ben er bepaald niet van overtuigd. Ik wil hem weer ontmoeten, oog in oog, astraal-fysiek, aangezien dit nu de enige methode is geworden.

Het is weer helemaal opnieuw: “Leeuw, waar ben je?”.

Rob Nanninga, door Constantia Oomen

Besame mucho – J en ik waren in San Diego and ik filmde dit in de oude stadskern van San Diego.

Update de morgen nadat ik dit blog publiceerde, 16 oktober 2014: Ook deze ochtend had ik een astrale ervaring met Rob. Mijn moeder, Thérèse, die net als Rob in 2014 overging (op 8 juli 2014) was er, net als Rob.

In het tweede gedeelte van deze astrale ervaring was ik voor lange tijd alleen met Rob. Hij laat zichzelf nog steeds niet duidelijk zien, maar hij was er, en hij liefkoosde mij. Het was ongelooflijk fijn. Voor deze ontmoeting had ik voor mijn geestesoog diverse silhouetten van majestueuze leeuwen gezien.

Update 1 november 2014: Wat betreft mijn uittredingen zit ik inmiddels op een all-time high; nog nooit eerder was ik zo vaak uit mijn lichaam (en, vergeleken met andere mensen wás ik al zo’n bewuste en frequente astrale reiziger).

Ik ga dit jaar nog niet tellen, maar in de afgelopen weken heb ik bijna elke dag een uittreding ervaren, en zelfs voor mij is dit ongekend. Deze uittredingen gaan allemaal over het zoeken naar, en het ontmoeten van Rob. Hij heeft intense uittredingspotentie in mij losgemaakt. Blijkbaar is hij voor mij de ultieme reden om uit mijn lichaam te (willen) reizen. Misschien zal ik hierover later meer vertellen.8

Ik heb nu twee nieuwe knuffelleeuwen, het is een waarachtige liefdesgeschiedenis.

Voetnoten

[1] Volgens Jolanda Hennekam, Robs aardse vriendin, in een email naar mij op 29 mei 2015, 2:44 PM, overleed Rob niet op 30 mei, maar op 29 mei, Hemelvaartsdag, om ongeveer half tien ’s avonds, en werd hij de volgende morgen gevonden door zijn moeder, terwijl hij achter zijn computer zat. Lees meer over Rob op Wikipedia.

[2] Sinds mijn achttiende heb ik regelmatig uittredingen en verwante ervaringen en ik schreef hier boeken over. Zie mijn vier boeken over mijn astrale reizen. Nota bene: mijn auteur-naam voor mijn eerste drie boeken was “Sten Oomen”. (Ik zou nu “Constantia Oomen” gebruiken).

[3]  Terwijl ik J’s account “visvogel” op het FOK forum gebruikte, op 25 februari 2006, om iets te posten (mijn nicknaam op FOK was “Stenny”, Robs nickname was “Parameter”), grapte Rob dat ik een Walk In was:

fok153loveisintheair

Hier is de webpagina waarnaar Rob verwees.

[4] In Leeuwenharten III, IV en V kunt u de getallen zien wat betreft mijn uittredingen.

[5] Uit Wikipedia: “In 1994 schreef Nanninga een exposé over hypnotiseur Rasti Rostelli, die onder meer beweerde telekinetische gaven te hebben en demonstreerde in 2001 tijdens een aflevering van Het zwarte schaap dat Rostelli eigenlijk welbekende (en soms gevaarlijke) goocheltrucs gebruikte zonder dat toe te geven en daardoor mensen misleidde. Nanninga bood hem namens Stichting Skepsis 10.000 gulden aan om zonder trucs te bewijzen dat hij paranormale gaven had, maar Rostelli weigerde.”

Het artikel dat Rob Nanninga over Rasti Rostelli schreef en de videoclip van Rob en Rasti waarnaar ik verwijs.

[6] Een van de belangrijke karakteristieken van uittredingen is het horen van suizingen of in feite, allerlei soorten merkwaardige geluiden. Het geluid kan ook gehoord worden bij, en na terugkeer van een uittreding. Veel astrale reizigers (zoals ikzelf) ervaren het, en beschrijven het daarom tot in detail. In mijn eigen ervaringen lijkt het geluid vaak op dat van een trein die naderbij komt en dan voorbij zoeft, waarbij de frequentie en het aantal decibellen (in het hoofd, als je het dan nog zo kunt noemen) toeneemt naarmate de uittreding dichterbij komt (qua tijd).

[7] En natuurlijk, terwijl ik dit zo, jaren later, nu ook in het Nederlands, breng, kan ik niets anders dan bevestigen dat deze indruk klopte. De lezer kan hetzelfde concluderen, aangezien er inmiddels al meerdere vervolgdelen verschenen zijn. De astrale gebeurtenissen van najaar 2014 markeerden “slechts” het begin van iets dat zijn weerga niet kent.

[8] Dit is in lijn met de vorige voetnoot. Ik heb hier later inderdaad meer over verteld, namelijk in de delen die zouden volgen. U kunt de vervolgen van Leeuwenharten (binnenkort) lezen op dit domein.

Advertenties

Een gedachte over “Leeuw, waar ben je? – Leeuwenharten Deel II

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: